zondag 5 december 2010

Wonen, surfen en uitgaan in Gran Canaria en Tenerife

Tenerife en Gran Canaria zijn wat betreft toerisme de twee meest bezochte Canarische Eilanden. Tenerife is het grootste eiland, Gran Canaria is wat kleiner maar heeft het grootste aantal inwoners. Omdat ik zelf op beide eilanden heb gewoond en gewerkt, kan ik een vergelijking maken tussen beide eilanden.

Tussen Gran Canaria en Tenerife bestaat er een kleine rivaliteit, die vergelijkbaar is met een rivaliteit die vaak aanwezig is tussen twee grote steden in een land of regio. Tenerife heeft grofweg 700.000 inwoners, Gran Canaria ongeveer 800.000. De grootste stad van de Canarische eilanden is Las Palmas in Gran Canaria met bijna 400.000 inwoners.

Las Palmas heeft een mooi oud stadsgedeelte, met gekleurde huisjes in Spaanse koloniale stijl. Het moderne stadsgedeelte ligt op het smalle deel van het schiereiland. Hier is het lastig om met de auto te rijden, omdat er veel eenrichtingsstraten zijn, gelegen in een dambordpatroon. Doordat er weinig verkeerslichten zijn moet je voortdurend ritsen en verloopt het autoverkeer heel traag.


Gran Canaria

De oorspronkelijke bewoners

Beide eilanden werden oorspronkelijk bewoond door Guanchen, vermoedelijk waren dit berbers uit Noord-Afrika. Andere bronnen beweren dat het Noormannen waren, omdat ze blond haar en blauwe ogen hadden. Misschien was het een mix van de twee, maar berbers lijkt het meest plausibel omdat Marokko het dichtsbijzijnde land is.

In het koloniale tijdperk hebben de Spanjaarden het Canarische archipel overgenomen. De Spanjaarden gebruikten de Canarische Eilanden als tussenstop voor scheepvaartexpedities. Een deel van de Guanchen werd uitgemoord, anderen werden tewerkgesteld als slaven in plantages of verbannen naar het Spaanse vasteland. Daar hebben ze beroepen aangeleerd. Later zijn vele Guanchen teruggekeerd, maar ze verzwegen vaak hun afkomst omdat dit nadelig was om zich te positioneren op de maatschappelijke ladder. Daarom lieten ze zich dopen en veranderden hun naam in een Spaanse naam. Vandaag de dag leven de Guanchen nog voort in de Spaanse bevolking.

Het landschap

De natuur in Tenerife is zeer goed bewaard gebleven. Midden in het eiland ligt een beschermd natuurgebied, het Nationale Park Del Teide, waarin de Pico Del Teide pronkt, een vulkaan van 3718 meter hoog en daarmee de hoogste berg van Spanje. Deze vulkaan staat eigenlijk in een andere krater, een reusachtige krater met een doorsnee van 10 km. Aan de voet van Pico Del Teide ligt een prachtig maanlandschap met lavavelden waarin filmopnames werden gemaakt voor Planet Of The Apes en Clash Of The Titans.


Pico Del Teide, Tenerife

Gran Canaria heeft ook mooie natuur maar is iets meer volgebouwd, bijna overal waar je rijdt in de natuur zijn hier en daar huizen gebouwd. Voornamelijk op de westkant van het eiland vind je nog wel ongerept natuurgebied. Beide eilanden staan bekend voor hun grote verscheidenheid aan flora. Er groeien vele gemuteerde variaties van plantensoorten die nergens anders ter wereld voorkomen. Grote diersoorten zijn er niet. Het grootse dier dat er in de vrije natuur rondloopt is de haas. Verder zijn er heel veel hagedisjes. In Tenerife staan deze hagedissen vaak afgebeeld op T-shirts als symbool voor het eiland. Rond de eilanden zwemmen veel walvissen en dolfijnen.

De vorm van beide eilanden is zeer verschillend. Tenerife is een piek die uit de oceaan steekt, Gran Canaria heeft geen duidelijk uitstekende bergtop. Het is moeilijk te zien waar de hoogste top van het eiland zich juist bevindt. De hoogste top op Gran Canaria, Pico De Las Nieves, haalt slechts 1949 meter. Gran Canaria is platter in verhouding met Tenerife. Van bovenaanzicht is Gran Canaria stervormig, in die zin dat er van het midden naar de rand van het eiland vele kloven of 'barrancos' lopen.


Barranco de Fataga, Gran Canaria

In die kloven zie je veel holwoningen, dit zijn kleine grotten waar vaak nog een stuk aan bijgebouwd is. Deze holwoningen zijn typisch voor Gran Canaria. Een duizendtal inwoners van Gran Canaria zijn nog in holwoningen gehuisvest. Deze holwoningen zijn vaak traditioneel, maar er zijn evengoed moderne exemplaren bij (met flatscreen TV). Als je in de bergen gaat wonen is het logisch dat je de holtes in de rotsen gebruikt als basis om een woning te bouwen.

Beide eilanden hebben een gelijke en bijzondere vegetatiestructuur. Omdat de wind en wolken bijna altijd vanuit het noorden komen is het noorden zeer groen en tropisch van klimaat, terwijl het in het zuiden bijna altijd zonnig en droog is. De bergen houden de regenwolken tegen. In het noorden wordt er veel aan terrasbouw gedaan op de berghellingen. In het zuiden staan er met zeilen overdekte tomaten- en bananenplantages. Deze zeilen dienen om de planten en bomen te beschermen tegen sterke wind en om de zonnewarmte te isoleren. Op Gran Canaria zijn er vele stuwmeren in de bergen, die Franco heeft laten bouwen. In deze stuwmeren kan je zwemmen en sommige zijn zelfs geschikt om op te windsurfen.


Stuwmeer op Gran Canaria

Vroeger zorgden deze stuwmeren voor drinkwater. Nu worden ze uitsluitend gebruikt voor de landbouw. De boeren kunnen (tegen betaling) de stuwdammen laten openen om hun landbouwgebied te laten bevloeien. Op beide eilanden staan Canarische naaldbomen. Deze zijn functioneel voor de watervoorziening. Ze absorberen vocht uit de wolken. Dat water komt dan via de wortels in ondergrondse kanaaltjes terecht die naar beneden lopen. Dat water wordt met chloor gezuiverd tot leidingwater. Mede door de groeiende toeristenstroom sinds de tachtiger jaren is de natuurlijke watervoorraad niet meer toereikend en heeft men ontziltingsinstallaties langs de kust gebouwd.

Toeristische oorden

Zowel op Tenerife als Gran Canaria concentreert het toerisme zich in het zuiden, omdat er daar heel het jaar door aangename temperaturen zijn. In de zomer schommelen de dagtemperaturen tussen de 25 en 35 graden en in de winter liggen de temperaturen overdag tussen de 20 en 25 graden. In het zuiden regent het ongeveer een tiental dagen per jaar, met af en toe eens een tropische storm. Een grote variatie in de seizoenen, zoals wij in België en Nederland kennen, kent men daar niet. Het klimaat blijft doorheen het gehele jaar vrij identiek. Niet voor niets noemt men beide eilanden 'het eiland van de eeuwige lente'.

In de lente en de zomer zijn er af en toe calima's (winden vanuit de Sahara). Deze wind kan heel warm zijn, het lijkt wel of er iemand met een hete haardroger in je gezicht blaast. De calima voert fijn zand en andere stofdeeltjes mee waardoor er een bruine nevel in de horizon ontstaat.

In Tenerife heten de twee meest toeristische zones Playa de las Americas en Costa Adeje. In Gran Canaria bevindt het massatoerisme zich in Playa del Ingles en Maspalomas. Playa de las Americas en Playa del Ingles zijn de twee drukste gedeeltes. Costa Adeje en Maspalomas zijn de rustigere gedeeltes.

Playa de las Americas en Playa del Ingles zijn echte vakantiedorpen. Vooral in juli en augustus is het daar erg druk. Er zijn honderden hotels, restaurants, winkelcentra, karaokebars, cafés met zangers en entertainers, discotheken, casino's, straatkunstenaars, etc. De toerist ontbeert geen mogelijkheden om geld te spenderen. Maspalomas is vrij uitgestrekt en bestaat hoofdzakelijk uit bungalowparken. Maspalomas heeft een rustieke sfeer.


Tenerife

Als je Playa de las Americas vergelijkt met Playa del Ingles, komt Playa del Ingles op het eerste zicht veel chaotischer en drukker over. Er is een wirwar van straten, niet echt een hoofdstraat die de kustlijn volgt. Playa de las Americas in Tenerife oogt iets moderner, en als toerist is het veel gemakkelijker om daar je weg te vinden, omdat het logisch is opgebouwd. Er loopt een 12 km lange promenade van Los Christianos tot Costa Adeje langs de kustlijn waarrond alle commerciële faciliteiten geconcentreerd zijn. In Playa del Ingles zijn er verschillende commerciële centra verspreid over het hele gebied. Deze commerciële centra's bestaan uit winkels, bars en discotheken.

Vele toeristen verkiezen Playa del Ingles boven Playa de las Americas omdat Playa del Ingles een heel breed, natuurlijk zandstrand heeft. Tussen Playa del Ingles en Maspalomas ligt een groot duinengebied. Er zijn verschillende verklaringen over het ontstaan van de zandduinen. De meest gangbare opvatting is dat de duinen gevormd zijn door fijn zand dat overgewaaid is met de calima's vanuit de Sahara. Een recentere theorie luidt dat de duinen ontstaan zijn door een vloedgolf na de aardbeving in de buurt van Lissabon in 1755. In Playa de las Americas liggen alleen artificiële zandstranden en stranden met veel stenen.

Op beide plaatsen heb je van het zuiden naar de westkant toe nog iets rustigere verblijfszones, waar vaak de iets luxueuzere hotels gebouwd zijn. Een groot verschil met Gran Canaria is dat er op Tenerife veel meer bouwruimte is in het zuiden. Op Gran Canaria zijn de vlaktes in het zuiden schaars. Puerto Rico, Taurito en Playa de Mogan liggen in bergvalleien. In Puerto Rico zijn honderden trapvormige hotels dicht op mekaar gebouwd. Het voordeel is dat je daar bijna overal van een prachtig zeezicht kan genieten, en het is er bijna altijd goed weer omdat het afgesloten ligt in een vallei. Het nadeel is dat je in deze oorden een beetje afgesloten bent van de buitenwereld. Om daar te geraken moet je langs wegen rijden die uitgekapt zijn in de steile rotswanden.

In Tenerife en Gran Canaria is het leuk rijden met de auto als je van bergen en bochten houdt. Logischerwijs zijn de snelwegen langs de kustlijnen gebouwd, en echt recht zijn ze dan nog niet getrokken. De snelwegen worden gekenmerkt door vele heuvels, bochten, tunnels en zijn niet zelden onderhevig aan sterke windvlagen. Het moet bloed, zweet en tranen gekost hebben om deze autostrades te bouwen. Als je doormidden het eiland gaat ben je langer dan een uur onderweg om aan de andere kant van het eiland te geraken, omdat je dan via de meanderende bergweggetjes moet klimmen en dalen, voornamelijk in tweede en derde versnelling.

Het surfen

Wat voor jongeren deze eilanden aantrekkelijk maakt zijn de vele sport- en uitgaansmogelijkheden. Tenerife en Gran Canaria zijn uitstekend om te golfsurfen. De beste tijd van het jaar is de winter. In de zomer kan je ook surfen, maar dan zijn de golven redelijk schaars. In de zomer zijn er maar een aantal dagen per maand dat je echt goed kan surfen, hoewel golven een zeer variabel gegeven zijn. Dit kan verschillen van zomer tot zomer. In de winter zijn er meer en hogere golven dan in de zomer. Maar het is ook iets frisser.

Wanneer je als buitenlander op een plek gaat surfen waar veel surfers in het water liggen, word je soms weggejaagd door 'locals'. Localism is een fenomeen dat wereldwijd in surfgebieden voorkomt, enigszins begrijpelijk, omdat perfecte golven een beetje schaars zijn en degenen die er wonen het meest recht hebben op het gebruik ervan, maar anderzijds is de zee van iedereen. In ernstige gevallen ontaard localism in stenen gooien, vechten of vandalisme van persoonlijk bezit (zoals krassen in de autoruiten). Dit kan je altijd vermijden door vriendelijk gedag te zeggen, af en toe eens voorrang te geven, de surfverkeersregels te respecteren (wie het dichtst bij het breekpunt de golf neemt mag hem uitsurfen) en door jezelf niet te laten wegjagen natuurlijk.

Het voordeel in Tenerife is dat de beste golven zich in het zuiden bevinden, in las Americas, bij de toeristische zone. In Gran Canaria moet je de bus nemen of zelf naar het noorden rijden, hoewel er sommige dagen ook goed in het zuiden en het westen kan gesurfd worden, afhankelijk van de wind en de stroming. In de winter zijn er af en toe golven aan de vuurtoren van Maspalomas en in de zomermaanden kan je soms surfen aan het uiteinde van de zanduinen.

De beste golf of breekpunt in Tenerife (Playa de las Americas) is 'La Izquierda'. 'El Fitaña' is met momenten ook niet slecht, maar meestal zijn er daar redelijk steile golven, hoewel de stroming kan wijzigen. De beste surfspot in het noorden van Tenerife is 'El Socorro' in Los Realejos. In het noorden zijn er over het algemeen meer golven maar in het zuiden zijn de golven beter gevormd.

De beste surfspots in Gran Canaria liggen in het noorden: 'El Confital' en 'El Cicer' in Las palmas. 'El Confital' wordt door velen 'la mejor derecha de Europa' genoemd, de beste golf die van rechts naar links rolt in Europa. Dit heeft te maken met een aantal factoren.

Het wordt bepaald door de natuurlijke architectuur. Deze golf breekt in de inham van een schiereiland. Achter het strand ligt een berg waardoor er geen wind vanuit het binnenland mogelijk is (wind uit het binnenland zorgt voor slechte golven om op te surfen).

Verder loopt de kustlijn krom waardoor de golf op unieke wijze in een bocht breekt. Telkens wanneer deze golf breekt eindigt ze in een versnelling met een 'tube' of tunnel, waarin je surfers in ziet verdwijnen en vervolgens weer tevoorschijn komen. Een golf die van rechts naar links rolt geeft betere tubes omdat je dan met je gezicht naar de golf toe staat.

Ten slotte is Gran Canaria een afgelegen eiland, dat in de sterke stroming van de Atlantische oceaan ligt. Al deze condities maken van 'El Confital' een van de beste surfplaatsen van Europa. Je moet wel opletten voor de gevaarlijke rotsen en geen waardevolle spullen achterlaten in de auto want deze buurt is gekend voor haar criminaliteit.


El Confital

Bij 'El Cicer' in Las Palmas heb je golven op een zandstrand, wat toch een aangenaam voordeel is. Deze spot is goed om te leren. Soms kan het druk zijn op deze spots, iets meer afgelegen in het noordoosten ligt 'San Andrés'. Goedgevormde golven en weinig volk. Nog meer oostelijk daarvan ligt Galdar, waar zich de meest agressieve golf van het eiland bevindt: El Frontón. Omdat deze zo steil is, is ze alleen maar geschikt voor bodyboarders.

Men zegt wel eens dat als je op de Canarische eilanden leert surfen dat je overal ter wereld kan surfen, omdat de golven daar naar alle kanten rollen, dankzij de verscheidenheid aan stromingen en surfspots.

Op Tenerife en Gran Canaria kan je ook heel goed kite- en windsurfen. Op Tenerife gaan de meeste kite- en windsurfers naar El Médano, een zandstrand met veel wind. Op Gran Canaria zijn er iets minder kiters, omdat de ondergrond vrij rotsachtig is langs de westkant. Als de wind goed staat wordt er ook gekite aan de zandduinen van Maspalomas. De beste windsurfspot op Gran Canaria is Pozo Izquierdo, naast het windmolenpark. Daar heb je bijna voortdurend sterke wind. In Pozo wordt soms het wereldkampioenschap windsurfen gehouden.


Pozo Izquierdo, de place 2 B voor windsurfers

Uitgaan

Het uitgaansleven in Tenerife en Gran Canaria is zeer vrij en uitgebreid. In Playa del Ingles zijn de meeste bars en discotheken gevestigd in het commercieel centrum 'Kasbah'. De uitgaansbuurt van Playa de las Americas noemt 'Las Veronicas'. Meestal is de inkom gratis en moet je enkel voor drank betalen.

Gran Canaria scoort iets beter dan Tenerife op het vlak van uitgaan, omdat er een groter aanbod is en omdat er heel het jaar door tamelijk veel activiteit is in de discotheken, terwijl in Tenerife voornamelijk tussen juni en september het nachtleven open bloeit.

In Tenerife heeft het uitgaansleven een wat meer Engelse tint omdat de Engelsen daar in getale overheersen. Laten we zeggen dat de Engelsen nog iets losbandiger zijn in hun doen en laten. In en rond de discobars van 'Las Veronicas' heb ik dikwijls strippende tieners, comazuipers en knokpartijen gezien. Engelsen gaan ook dikwijls verkleed uit. Als ze in groep zijn meestal in eenzelfde thema: als verpleegsters, voetballers, army girls, hippies,...


Kasbah

In de Kasbah op Gran Canaria kan je gedurende juli en augustus werkelijk over de koppen lopen. Het transformeert tot een feestoord dat thuis hoort in het rijtje van Salou, Lloret de Mar en Ibiza.

Samenstelling van toeristen

Uit een aankomststatistiek van het jaar 2010 blijkt dat in Tenerife 46 % van het totale aantal toeristen uit Engeland kwam. Zij hebben dus een belangrijke invloed op de ontwikkeling van de omgeving. Op de tweede plaats staan de Duitsers met 21 %. Vervolgens komen België (5%), Nederland (3%), Zweden (3%), Finland (3%), Ierland (2%), Denemarken (2%), Noorwegen (2%) en Italië (2%).

Voor hetzelfde jaar waren 28 % van de toeristen in Gran Canaria afkomstig uit Duitsland, gevolgd door Engeland (21%), Noorwegen (10%), Zweden (8%), Nederland (6%), Denemarken (5%), Finland (5%), België (3%), Ierland (3%) en Zwitserland (3%).

Tenerife wordt gedomineerd door de Engelsen. Zij vallen ook het meest op in het straatbeeld omdat ze soms meer tatoeages dan tanden in hun mond hebben. De vrouwen zijn een beetje ordinair gekleed: ze dragen fluorescerende jurkjes, korte rokjes of gewoon lange T-shirts. Ook: tienermoeders. Af en toe zie je nogal jonge moeders met hun baby’tjes in cafeetjes zitten. In de hotels zie je dat de Engelsen graag optimaal gebruik maken van hun all inclusive. Vanaf ’s middags nuttigen ze veel biertjes en felgekleurde alcoholische drankjes. Die Engelse aanwezigheid bepaalt grotendeels de sfeer van Playa de las Americas. In Gran Canaria zijn er veel minder Engelsen.

De Duitsers zijn op beide eilanden in grote mate aanwezig, zij vormen 20 tot 30 % van het totale toeristenbestand. De Scandinaviërs zijn ook op beide eilanden sterk vertegenwoordigd, maar iets meer in Gran Canaria. Er zijn meer Belgen dan Nederlanders op Tenerife, en meer Nederlanders dan Belgen op Gran Canaria.

De aanwezigheid van Scandinaviërs is sterk seizoensgebonden. In een aankomststatistiek van de maand januari 2011 staat voor Tenerife: Finland (5%), Zweden (5%), Noorwegen (4%) en Denemarken (4%). Voor Gran Canaria: Noorwegen (15%), Zweden (12%), Denemarken (7%) en Finland (7%). De Scandinaviërs zijn vooral aanwezig in de winter. Zij brengen graag een deel van de winter door op één van deze eilanden omdat het daglicht in Scandinavisch landen schaars is tijdens de winter. Hiermee ontvluchten ze een winterdepressie.

Elk eiland heeft voor- en nadelen

Het zijn twee verschillende eilanden die ook veel gelijkenissen hebben. Qua natuur heeft Tenerife veel meer te bieden, bovendien kan je vanuit Tenerife gemakkelijk de boot nemen naar het groene en dunbevolkte eiland La Gomera, en daar een eilandrondrit van een dag maken. La Gomera is een prachtig eiland waar tot op de dag van vandaag nog steeds een fluittaal (El Silbo) gebruikt wordt om in de bergen te communiceren.

In Tenerife is het handig dat de surfspots aan de toeristische zone las Americas liggen. Om te leren surfen is het een must om dicht bij het strand te wonen, zodat je dagelijks kan kijken of er golven zijn. De golf 'La Izquirda' in Tenerife rolt heel breed, daar kan je heel lang surfen. De meest bijzondere surfspot is echter 'El Confital' op Gran Canaria, maar die ligt wel in het noorden in Las Palmas.

Ten slotte zijn er in Playa del Ingles op Gran Canaria iets meer discotheken dan in Playa de las Americas op Tenerife. Als je buiten het zomerseizoen gaat is er meer te beleven in de discotheken van Kasbah, maar in de zomer is het op beide eilanden erg goed om uit te gaan.http://artikelssociologie.blogspot.com.co/2012/05/best-boxing-and-kickboxing-combinations.html

maandag 5 juli 2010

Werken als reisleider: typologie van toeristen

Vanuit elke job doe je specifieke ervaringen op. Iemand die al jaren als veiligheidsagent bij de douane op de luchthaven werkt, ontwikkelt een extra oog om smokkelaars te herkennen. Hij analyseert gedrag en merkt kleine trekjes op die smokkelaars herkenbaar maken, zoals doelloos heen en weer lopen, naar de wc gaan, een gespannen gezicht en andere gedragingen die wijzen op zenuwachtigheid.

Als reisleider leer je ook menselijke trekjes herkennen, omdat je in heel diverse situaties terechtkomt zoals conflicten en crisistoestanden en ziet hoe mensen daar op reageren. Een voorbeeld. Als mensen aankomen op de luchthaven en hun koffer rolt niet van de band, beweren mensen vaak dat er noodzakelijke medicamenten in zaten, in de hoop daarmee hun koffer zo snel mogelijk terug te krijgen. Dat is een typische ‘menselijke’ leugen. Een verloren koffer komt overigens 1 à 5 keer op de 1000 voor. Gemiddeld duurt het 31 uur voor dat de verloren koffer op bestemming zal aankomen.

Wannneer je een tijd lang in toerisme werkt leer je vanop afstand een Engelsman, een Nederlander, een Duitser of een Rus te herkennen, aan de hand van hun kleding, uiterlijk en gedrag. Los van bevolkingsgroepen bestaan er bepaalde types toeristen. Deze verschillende types zijn tot stand gekomen door opvallend gedrag en attitudes van toeristen te registreren en te categoriseren.

Vanuit het oogpunt van een reisleider of gastheer kunnen de volgende types onderscheiden worden:

De repeater gaat elk jaar naar hetzelfde hotel in dezelfde bestemming. Hij is vertrouwd met de omgeving en heeft goede contacten met het hotelpersoneel. Niet zelden probeert hij een bepaalde (favoriete) kamer te reserveren. Af en toe boekt de repeater een ander hotel op dezelfde bestemming, zodat hij toch wat variatie creërert in zijn reizen zonder te veel risico te hoeven nemen. Een repeater boekt weinig excursies omdat hij de omgeving uit zijn broekzak kent. Daarom is het noodzakelijk het excursieprogramma af en toe te vernieuwen of tijdelijke excursies te organiseren die inspelen op lokale evenementen zoals concerten of traditionele volksfeesten. Repeaters gaan meestal op vakantie buiten het hoogseizoen en het zijn voornamelijk oudere mensen. Omdat het aandeel van ouderen in onze samenleving stijgt wordt deze groep steeds groter.

De klager. Dit soort gast is een touroperator liever kwijt dan rijk. Hij is altijd op zoek naar iets om een klacht neer te leggen. Een oplossing voor deze klacht is moeilijk te vinden omdat hij eerder op zoek is naar erkenning of sociaal contact in plaats van dat hij een grondig probleem aankaart. Hij is bekend bij de customer services. Het kost veel inspanning om de hem tevreden te stellen. Vaak dreigt de klager contact op te nemen met Test-Aankoop om de manier waarop hij behandeld is aan te klagen.

Wie via een touroperator boekt, wordt altijd na de aankomst uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst. Het doel van een infomeeting is de gasten algemene info over het hotel en de omgeving te geven en excursies te verkopen. De saboteur is iemand die de normale gang van een infomeeting verhindert door storende opmerkingen te geven of persoonlijke klachten (vb. ontevredenheid over de hotelkamer) aan te brengen tijdens de uiteenzetting. Als iemand een persoonlijke klacht ter sprake brengt moet je deze onmiddellijk de kop indrukken door te zeggen dat het probleem na de meeting behandeld zal worden. Een saboteur kan ook een repeater zijn met veel kennis over de omgeving die achter elke uitgesproken zin persoonlijke commentaar wilt toevoegen. Een echte saboteur is iemand die vervelend wil doen. In het ergste geval vertelt hij luidop aan de groep waar je een bepaalde excursie ergens anders goedkoper kan boeken.

Wanneer een gast na de infomeeting excursies reserveert, kan het zijn dat hij nog niet onmiddellijk kan betalen omdat hij nog geen geld gewisseld heeft. Als de excursie de volgende dag doorgaat kan de reisleider al een ticket geven en de mogelijkheid aanbieden om later op de week tijdens één van de bezoektijden te komen betalen. Tijdens een drukke zomer is het soms moeilijk om verschillende zaken tegelijk op te volgen. Kan je de dag van vandaag rekenen op de goedheid van de mens? Jammer genoeg niet. De wanbetaler is iemand die niet terugkomt om te betalen in de hoop dat de reisleider het vergeet. Soms zijn berichten nalaten of telefoneren niet genoeg en moet je de gast overdag in het restaurant opsporen of ‘s avonds op de kamer gaan opzoeken om hem te pakken te krijgen. 

De heethoofd manifesteert zich bij probleemsituaties, zoals aanzienlijke vluchtvertragingen, crisissituaties of collectieve klachten. Tijdens een infomeeting worden soms ernstige klachten aangebracht die de hele groep aanbelangen. Dit kan een tekortkoming van het hotel of de touroperator zijn, zoals het zwembad dat leegstaat wegens schilderwerken, geluidsoverlast door renovatiewerken of de alcoholische drankjes die niet inbegrepen zijn bij all inclusive terwijl het wel zo zwart op wit in de reisbrochure vermeld staat. Gasten gaan in dit geval samenwerken om hun belangen te verdedigen. De reisleider staat tegenover een groep en probeert naar een realistische oplossing te zoeken waarbij de gasten zich tevreden kunnen stellen. Dit impliceert vaak een proces van onderhandelen en argumenteren. Dikwijls zit er een heethoofd tussen de gasten. Die reageert erg kwaad en zorgt voor het meeste tegenstand. Vaak heeft hij op dat moment veel aanhang omdat hij de belangen van de groep verdedigt en druk uitoefent. Hij kan erg vervelend zijn door aggressief te reageren, persoonlijk aan te vallen, irrationeel te argumenteren, zich niet coöperatief op te stellen, veeleisend te zijn en veel spanning te veroorzaken.

De alleenreiziger komt af en toe voor. Mensen reizen alleen om verschillende redenen, maar in mijn ervaring als reisleider is iemand die op z'n eentje een pakketreis boekt dikwijls een vreemde persoonlijkheid, iemand waar op een of andere manier iets aan scheelt. Vaak reserveert dat soort persoon veel excursies om zo in contact te komen met andere mensen.

De panikeur boekt ruim op voorhand, pakt een week op voorhand in, staat extra vroeg op om te vertrekken en komt ruim op tijd aan op de luchthaven. De panikeur stelt meteen na de aankomst op de informatiebijeenkomst veel praktische vragen over de terugreis, en zal op het einde van de vakantie nog dikwijls vragen of er geen vluchtwijziging is. Als er iets afwijkt van het normale schema, zoals een bus van het hotel naar de luchthaven die tien minuten vertraging oploopt zal hij als eerste naar de reisleiding bellen om dit te signaleren.

De standaard toerist gaat met een touroperator op reis, meestal naar een zonnige bestemming aan de kust, om te bruinen, te ontspannen en een vreemd land te leren kennen.

De avonturier gaat op zoek naar zo veel mogelijk nieuwe ervaringen, om zijn blik op de wereld te verbreden. Hij gaat iets verder dan de doorsnee toerist en probeert zich te verdiepen in een vreemde cultuur. Een avonturier blijft geen week aan het zwembad van een hotel. Hij boekt geen all inclusive. Een avonturier gaat bij voorkeur niet met een touroperator op reis, hij boekt zelfstandig een vlucht, indien nodig enkele hotels, stippelt op voorhand een reisroute uit en maakt gebruik van lokale transportmiddelen. Een avonturier is geen big spender in die zin dat hij weinig uitgeeft aan luxeproducten. Een avonturier zoekt ongerepte landen op, waar nog authenticiteit te vinden is en mijdt massatoeristische oorden.

Iemand met ervaring als reisleider of gastheer kan deze types zeer snel identificeren aan de hand van vragen, opmerkingen, antwoorden en andere gedragingen van toeristen. Deze indeling in types is nuttig omdat je met kennis ervan adequaat kan reageren op hun specifieke behoeften. Een repeater kan je bijvoorbeeld makkelijk screenen door een infomeeting te beginnen met de vraag wie er al eens geweest is in het land. Zijn er alleen maar gasten die het land al meer dan 10 keer bezocht hebben, dan heeft het weinig zin om veel energie te steken in het verkopen van excursies, tenzij je iets nieuw kan aanbieden.

Vervelende of onredelijke klagers komen gelukkig niet al te veel voor. Meestal zijn klachten terecht. Soms kan je tijdens een infomeeting of bezoekuur overspoeld worden door een opeenstapeling van klachten en problemen. Gasten hebben betaald voor een reis en keken al lang uit naar hun vakantie. De verwachtingen liggen daarom hoog. Verwachtingen worden opgebouwd vanaf dat de gast foto’s van de reisbrochure ziet. Klachten zijn meestal gebaseerd op een verschil tussen verwachtingen en wat de gast in werkelijkheid krijgt. Je kan de vergelijking maken tussen een positief vakantiegevoel en een strandbal. De bal wordt opgeblazen met verwachtingen. Een vluchtvertraging, overboeking, constructiewerken in het hotel, geluidsoverlast, kakkerlakken, een slechte kamer of een verouderd hotel zijn allemaal elementen die lucht uit de strandbal doen verdwijnen, waardoor er deuken ontstaan. Als reisleider is het je taak om die strandbal terug op te blazen zodat hij mooi rond is. Soms kunnen de emoties van de gast hoog oplopen. De ene mens is gemakkelijker als de andere om mee te onderhandelen. Het is goed wanneer een gast zich constructief opstelt, door actief mee te zoeken naar een realistische oplossing. Anderen reageren irrationeel of worden erg kwaad. Je kan alleen maar geïntimideerd worden als je jezelf laat intimideren. Door iemand te laten zitten kan je zijn agressie matigen.

Bij tekortkomingen van het hotel of de touroperator zullen er financiële compensaties of gratis excursies aangeboden worden. Uit de realiteit blijkt de gasten die het hardste klagen de meeste compensaties krijgen. Klantentevredenheid is zeer belangrijk. Het is veel kostelijker om nieuwe klanten te winnen dan de bestaande te behouden.

woensdag 16 juni 2010

Zes maanden wonen en werken in Tunesië

Tunesië is een van de meest verwesterde Islamlanden ter wereld. Dat merk je snel op als je voorheen al andere Islamitische landen had bezocht.

De meeste Tunesische vrouwen dragen geen hoofddoek om hun haren te verbergen. De jeugd drinkt bier en gaat uit in discotheken. Andere Noord-Afrikaanse bestemmingen zoals Marokko en Egypte zijn veel traditioneler ingesteld. Als je in de stad Sousse een discotheek binnenstapt zie je vrouwen en mannen onder elkaar, zoals in Europa. In de meeste Islamitische landen zie je ‘s avonds alleen mannen in theehuisjes zitten met een waterpijp.

De geëmancipeerde positie van de vrouw is vooral te danken aan de eerste president, Habib Bourguiba, die polygamie verbood, echtscheiding legaliseerde, de huwbare leeftijd voor vrouwen verhoogde tot 17 jaar, en vrouwen het recht gaf een gearrangeerd huwelijk te weigeren.

Een Tunesiër heeft een iets meer gematigde opvatting op t.a.v. Westerse waarden zoals vrijheid, openheid, individualiteit en seksualiteit. Dit wil niet zeggen dat er in Tunesië geen strenge regels zijn m.b.t. kuisheid, overheidskritiek, drugs, gokken, godslastering, etc., maar over het algemeen is Tunesië een tamelijk Westers georiënteerd Islamitisch land. Toeristen die niet veel gewend zijn zullen zich gemakkelijker thuis voelen in Tunesië dan in traditionelere Noord-Afrikaanse landen zoals Egypte of Marokko.

Op cultureel vlak hebben Egypte en Marokko veel meer te bieden, hoewel Tunesië ook wel een tal van mooie culturele sites heeft. De bezienswaardigheden van Tunesië zijn de ruïnes van Carthago, het mozaïekmuseum in Tunis, het blauwwitte dorpje Sidi Bou Said, het goed bewaarde amfitheater van El Djem, de eerste Afrikaanse moskee in Kairouan, de ondergrondse holwoningen van Matmata, Chott-El –Jerid: het grootse zoutmeer van Afrika, de oasis van Tozeur en het berberbergdorpje Chenini.


Het amfitheater van El Djem werd gebruikt voor filmopnames van Gladiator

Mensen die Tunesië bezoeken komen meestal voor een strandvakantie. Het binnenland heeft een vrij pover en ongevarieerd landschap. In het noorden is het nog redelijk groen en heuvelachtig, in het zuiden zijn er alleen maar steppevlaktes en woestijn.

Opvallend is de vriendelijkheid van de Tunesiërs. Alsof ze een aangeboren zachtheid hebben om mensen te benaderen. Die befaamde Tunesische vriendelijkheid is wel iets meer aanwezig in het zuiden dan in drukke steden zoals Tunis en Sousse. Taxichauffeurs durven toeristen wel eens beetnemen. Een kritiek die overigens veel geuit wordt door toeristen is dat de Tunesiërs nogal hard op hun fooien gesteld zijn. Ze zullen zich niet schamen om dat op een of andere manier duidelijk te maken. Dit komt ook wel omdat de mensen niet zo veel verdienen, een gemiddeld maandinkomen van een Tunesiër ligt tussen de 300 en 600 dinar (respectievelijk 167 en 333 euro).

In het zuiden, op het eiland Djerba, is dat veel minder. Daar heerst nog een dorpse sfeer, het is er veel rustiger. Het is er ook gemiddeld warmer. Djerba ligt al bijna in de Sahara. Toeristen die alleen maar komen om zich bruin te toasten kunnen beter naar Djerba gaan dan naar Sousse, Monastir of Hammamet.

Anderzijds valt er in Djerba buiten de resorts weinig te beleven. Een levendig en cultureel centrum in de buurt van de hotels ontbreekt. Djerba is een grote zandbak. Het beste uitgaansleven vindt je ongetwijfeld in Sousse.

Een ander groot verschil is dat er in Djerba hoofdzakelijk Fransen op vakantie komen, in de buurt van Sousse, Monastir en Hammamet komen veel Engelsen. Een Engelse toerist herken je van op mijlen afstand; vrouwen aan hun ordinaire kleding en mannen aan de tattoes die hun armen en bovenlichaam bedekken. De eerste dag laat de Engelsman zich verbranden door de zon. Soms ligt hij te slapen in de zetel van de receptiehal, maar meestal zit hij in zijn bloot bovenlijf op een terrasje met zijn bierbuik te pronken. Van ‘s morgens tot ‘s avonds slurpt hij aan zijn pintje en in de vroege avond begint hij al uitbundig te drinken.

In Djerba zijn er geen Engelsen. Djerba is als het ware een Franse enclave. De Fransman gedraagt zich fatsoenlijker. De Fransen komen naar Tunesië voor wat zij noemen ‘le dépaysement’, een woord dat in het Nederlands niet bestaat. Het impliceert dat ze maar twee uur hoeven vliegen om in een totaal andere omgeving te vertoeven. Fransen komen ook graag naar Tunesië omdat het een van hun voormalige kolonies is. Frans is officieel de tweede landstaal. In Tunesië wordt al op jonge leeftijd Frans onderwezen. De meeste Tunesiërs zijn tweetalig, een Tunesiër praat gemiddeld beter Frans dan een Vlaming.

In Djerba bestaat een fenomeen dat ook in mindere mate in Sousse, Hammamet, Monastir, Mahdia en eigenlijk over heel Tunesië voorkomt: de habibi voyagistes. Habibi betekent in het Arabisch ‘mijn geliefde’. Veel vrouwen reizen alleen af naar Djerba om Tunesische mannen aan de haak te slaan. Ook bejaarde vrouwen. Als die in Europa over straat lopen worden die niet aangesproken, als die in Djerba het hotel verlaten worden die onmiddellijk aangesproken door Tunesische mannen, met de vraag of ze op zoek zijn naar gezelschap, al dan niet tegen betaling. Vaak gebeuren er achteraf nog geldtransfers via Western Union.

Tunesië is ook het land van de kamelen. In het zuiden zie je vaak grote kuddes van kamelen langs de weg. Eigenlijk zijn het dromedarissen, maar dat woord ligt minder goed in de mond. Iedereen spreekt over kamelen. In het Arabisch bestaat er eigenlijk maar een woord om een kameel of dromedaris aan te duiden: ‘jamal’. Op een pakje Camel staat er trouwens ook een dromedaris afgebeeld en geen kameel. Een kamelentocht is een excursie die vrijwel in alle hotels wordt aangeboden.

Toerisme is de belangrijkste bron van inkomen. Op vlak van industrie wordt er textiel en handwerk in cablage voor BMW en Mercedes naar Tunesië geoutsourced vanwege de lage lonen. Verder zijn er veel keramiekfabrieken en sulfaatmijnen in de industriële stad Sfax.


Het landschap van Tunesië is niet geschikt voor gevarieerde landbouw. In het noorden is de grond nog redelijk vruchtbaar, maar het zuiden is erg droog. Bovendien ligt de woestijn niet stil. Elke dag waait het zand van de Sahara noordwaarts, iets wat op sommige plakken met beschutting wordt tegengehouden maar in feite erg moeilijk is. De grond is wel geschikt om veel dadels, vijgen en olijven te kweken.

Nooit oorlog zonder wapens. Geen Tunesisch hotel zonder dadels, vijgen of olijven aan het buffet. Soms zelfs overmatig. In de meeste hotels worden er zeer lekkere taarten gebakken, zij het niet dat er bijna in elke taart vijgen of dadels zitten verwerkt. Als je daar nog niet genoeg van hebt kan je ‘s morgens nog vijgen- of dadelconfituur op je broodje smeren en ‘s avonds Cedratine (likeur van dadels) of Boukha (brandewijn gemaakt van vijgen) drinken. De Tunesische keuken is niet slecht, maar ook niet echt om over naar huis te schrijven. Veel kouskous, gevogelte en lamsvlees. Een extra dimensie toevoegen aan je maaltijd kan je met het lekker pikante sausje harissa. Een typische snak van Tunesië die je op elke straathoek kan krijgen is een tabouna, een soort van pitabroodje met harissa, kip en groenten. Tenslotte zijn er heel veel mierzoete dessertjes en drankjes. Zo zoet dat je jezelf niet afvraagt waarom niet iedereen met rotte tanden rondloopt. Dat de smaakvoorkeuren in het zuiden verschillen met Europa was al bekend. Zo produceert de Coca-Cola Company een zoetere (oranje) Fanta voor Tunesië en andere Afrikaanse landen.

In Tunesië zijn er een aantal wetten die voor een Europeaan op het eerste zicht nogal vreemd lijken. Eén daarvan is het verbod op verrekijkers. Die komen het land niet binnen. Verrekijkers zouden kunnen gebruikt worden om bij andere mensen thuis of legerbasissen te spioneren. Ook dildo's en vibrators zijn verboden. Als de douane ontdekt dat je er een mee hebt in je koffer wordt die afgenomen. Foto's trekken van politieagenten of het presidentieel paleis is ook strikt verboden. Halfnaakt over straat lopen wordt sociaal afgekeurd. In hotels is het niet toegelaten om een vrouw die je ergens hebt leren kennen mee naar je kamer te nemen. Als je met een Tunesische vrouw wil trouwen moet je jezelf laten besnijden. Hoe gaan ze dat controleren? Via een schriftelijk bewijs van een dokter. Als Westerse man ben je wat beperkt in je vrijheid, maar als je smeergeld betaalt wordt er wel eens een oogje dichtgeknepen.

Op andere vlakken is men veel lakser is Tunesië. Zeker wat betreft veiligheidsvoorschriften. Als je in de auto een veiligheidsgordel aan doet wordt je vreemd bekeken. Tegenrichting rijden om een binnenweg te maken is zeer gebruikelijk. Bijna niemand die op een motorfiets rijdt draagt een helm. Tunesiërs zijn ook echte rokers, dat zit gebakken in de cultuur. Hoewel roken verboden is in de meeste internationale luchthavens, wordt er in Tunesische luchthavens lustig op losgepaft.

Tunesië is en land dat zoals alle landen haar eigen schoonheden, rariteiten en unieke kenmerken heeft. Het is zeker en vast de moeite om Tunesië te bezoeken en een paar uitstappen te maken. Tunesië is in het verre verleden overheerst geweest door 6 verschillende volkeren, en die hebben hun culturele sporen achtergelaten (vooral de Romeinen, Arabieren en de Fransen). Maar er zijn andere reisbestemmingen die interessanter zijn. Er zijn natuurlijk ook ‘repeaters’, toeristen elk jaar steevast terugkomen naar eenzelfde bestemming, omdat ze weten dat het daar goed is en liever geen risico’s nemen. Dit is toch een beetje een beperkte instelling, omdat er nog zo veel te ontdekken valt op de wereld.

dinsdag 1 juni 2010

Brazilian Jiu-Jitsu: de beste vechtsport

Brazilian Jiu-Jitsu (BJJ) is een relatief jonge gevechtssport, overgewaaid uit – de naam zegt het zelf al - Brazilië, die de laatste jaren steeds meer aan populariteit wint in Vlaanderen en in de rest van de wereld.

Bij BJJ ligt de focus op worstelen en grondvechten. In feite begint BJJ waar Judo eindigt: op de grond. Het doel van BJJ is de tegenstander te ‘submitten’ of te onderwerpen.

Door middel van hefboomtechnieken probeert men een arm, een been of een schouder te klemmen of de tegenstander te wurgen. In geval van een wurging zal de tegenstander stikken en bij een klem zal de pijn ondraaglijk worden en bestaat het risico op een breuk. In beide gevallen is de tegenstander genoodzaakt om af te kloppen.

Anders dan bij andere gevechtsporten gebruikt men geen trappen of stoten, vandaar dat deze vechtsport ook wel ‘the gentle art’ wordt genoemd. Technisch gezien staat een submission of afkloppen wel gelijk aan een knock out.

Brazilian Jiu-Jitsu wordt door vele gevechtsportliefhebbers als de meest efficiënte gevechtsport ter wereld beschouwd. BJJ is een wetenschappelijke benadering van gevechtsport, omdat ze het meest doeltreffend is.

Bij de meeste gevechtsporten ligt de focus op staand vechten (Karate, Kung Fu, Thaiboks, Engels Boksen, Sumoworstelen, etc.). BJJ is superieur tegenover staande vechtsporten.

Een staand vechter kan gevaarlijk uit de hoek komen als hij staand vecht, maar eenmaal op de grond geworpen gelden de regels van BJJ (hoewel er ook nog stoten kunnen uitgedeeld worden).

Verder moet hier wel aan toegevoegd worden dat BJJ gericht is op one to one gevechten. Als je tegenover 2 tegenstanders staat is BJJ niet gunstig. Dan is een staande gevechtsport meer aangewezen.

BJJ is een sport die veel oefening en denkwerk vereist. Het lijkt een beetje op schaken, omdat er veel anticipatie en strategie aan te pas komt.

Meestal probeert men in een gevecht eerst een basisaanvalpositie te bekomen, de ‘mount’ of de ‘guard’.

De mount is een positie waarbij de ene met beide benen over de romp van de andere zit. Het is een heel dominante houding die toelaat om eenvoudig klemmen en wurgingen aan te zetten.

Als een persoon op de grond zijn beide benen om de middel van de andere heeft, dan heeft hij de andere in zijn guard.

Vanuit beide posities zijn er talloze mogelijkheden om de tegenstander schaakmat te plaatsen. Degene die zich op dat moment in de minder gunstige positie bevindt anticipeert op verschillende mogelijke aanvallen van zijn tegenstander en probeert een ‘escape’.

In een gevecht hebben de tegenstanders vaak beurtelings dominante posities waaruit ze slagen te ontsnappen tot er iemand in een te benarde postitie terecht is gekomen waardoor hij zich moet overgeven.

Omdat er zo veel ‘sweeps’, ‘takedowns’, ‘submissions’ en ‘escapes’ zijn is deze sport zeer complex en duurt het jaren vooraleer men een aanzienlijk niveau in deze sport kan behalen.

Net zoals bij Judo gebruikt men banden om gradaties in vaardigheid aan te duiden. Alleen duurt het bij BJJ langer vooraleer men zijn eerste kleur kan behalen. Iemand die zeer regelmatig traint doet er ongeveer twee jaar over om een blauwe band te behalen.

Na blauw volgen paars, bruin en zwart. Zwarte banden zijn erg zeldzaam. In België zijn er een handvol zwarte banden, de BJJ pioniers. Slechts enkele tientallen personen ter wereld dragen een rode band. De bekendste daarvan is Helio Gracie, de founding father van BJJ.


Een perfect uitgevoerde triangle choke op het wereldkampioenschap BJJ

De sport is ontstaan toen de Japanner Mitsuyo Maeda, een judoka en meester in traditionele Jiu-Jitsu, in 1914 emigreerde naar Brazilië. Daar leerde hij de Gracie familie grondvechten.

De Gracies vertrokken vanuit deze vechtstijl, maar pasten deze stijl aan en ontwikkelden gaandeweg nieuwe en betere technieken zodat deze sport uitermate geschikt werd voor Vale Tudo wedstrijden (de voorloper van Mixed Martial Arts, vale tudo betekent 'alles mag' in het Portugees).

Brazilian Jiu-Jitsu genoot pas echt wereldbekendheid in vechtsportkringen in 1993, toen Helio’s zoon Royce Gracie de eerste, en vervolgens ook de tweede en vierde Ultimate Fight Championship (UFC) won.

In dit kampioenschap werden professionals van allerlei gevechtsporten uit alle hoeken van de wereld uitgenodigd. Het doel was de ultieme vechter te vinden. Er waren geen regels, er werd gevochten tot iemand bewusteloos geslagen werd of zelf afklopte. 

Tot ieders verbazing bleek niet Karate of Kickbox de beste gevechtsport te zijn, het was een onbekende Braziliaan in kimono met een tot dan nog onbekende stijl die zegevierde.


De dag van vandaag is UFC razend populair. UFC is de moderne vorm van brood en spelen. In de Verenigde Staten is UFC een booming business, wereldwijd zijn er miljoenen fans. Het videogame ligt in de winkelrekken.

Door de tijd heen zijn de vechtstijlen in UFC geëvolueerd. Uiteindelijk blijkt de beste stijl in Mixed Martial Arts (MMA) een combinatie te zijn van Brazilian Jiu-Jitsu en Thaiboks of Muay Thai, waarbij vooral trappen, kniestoten, vuistslagen en elleboogstoten gebruikt worden.

Vaak verlopen MMA gevechten staand, maar het grondwerk beheersen is onontbeerlijk. Niet verwonderlijk zijn het vaak Brazilianen die aan top staan in de verschillende gewichtsklassen van UFC.

Ook in Europa worden er MMA wedstrijden georganiseerd op professioneel niveau, hoewel er hier niet zo veel geld mee te verdienen valt.


Bij UFC wordt er altijd in een octagon gevochten, een achtzijdige kooi

Wie doet er aan vechtsport? Volgens de Franse socioloog Bourdieu bestaat er een verband tussen sociale klasse en smaakvoorkeuren.

Zo zou de hogere klasse meer oog hebben voor het esthetische en het verfijnde. Zij doen vaker sporten zoals golf, tennis en schermen.

De lagere klasse of arbeidersklasse beoefent meer sporten waarbij direct lichamelijk contact en brute kracht centraal staan, zoals voetbal en boksen, omdat dat meer aansluit bij het fysieke werk in de fabrieken.

Er zit een kern van waarheid in deze theorie. Boksen, kickbox en MMA zijn sporten die veel vaker worden beoefend door mensen afkomstig uit lagere inkomensgroepen.

Maar er zijn evengoed UFC vechters met een universitair diploma, bovendien kan verstand het verschil maken om tot de absolute top te behoren.

Brazilian Jiu-Jitsu is als gevechtssport aantrekkelijker dan boksen voor hogere klassen, omdat BJJ regelmatig en op professioneel niveau beoefend kan worden zonder hersenschade op te lopen.

zondag 30 mei 2010

Internetcensuur in Tunesië

Tunesië heeft een van de meest ontwikkelde telecommunicatie-infrastructuren in Noord-Afrika. Ongeveer 33,5 % van de bevolking gebruikt internet.

Sinds november 2007 zijn populaire websites zoals Youtube en The Daily Motion niet meer toegankelijk in Tunesië. Wanneer je in Tunesië deze websites probeert te openen verschijnt er ‘Not Found’ op het scherm.

Waarom werden deze videosites geblokkeerd? Kennelijk hebben Tunesische activisten deze sites gebruikt om kritiek tegen de overheid te propageren.

Niet alleen deze websites, ook de meeste sites met politieke inhoud, sites over mensenrechten, anonymizers en alle sites die enige vorm van sexualiteit of pornografie bevatten werden er uitgefilterd.

Op 18 augustus 2008 werd zelfs Facebook geblokkeerd, maar werd op 2 september opnieuw toegankelijk op vraag van de president.

Het Tunesische Ministerie van Communicatie richtte het Tunesisch internetagentschap (ATI) op om het internet en het domeinnaamsysteem te controleren. Volgens de overheid is censuur noodzakelijk om de openbare orde te handhaven.

Non-conformisten worden hard aangepakt. In maart 2005 veroordeelde een Tunesische rechtbank de advocaat Mohamed Abbou tot 3,5 jaar gevangenisstraf omdat hij on-line een artikel publiceerde waarin hij het martelen van politieke gevangenen in Tunesië vergeleek met het misbruik van Iraakse gevangen door de V.S. in de gevangenis van Abu Ghraib.

In mei 2000 werd de journalist Riadh Ben Fadhel beschoten en verwond kort nadat hij een artikel had geschreven in Le Monde waarin hij de Tunesische autoriteit bekritiseerde. Internationale mensenrechtenorganities betogen dat deze aanval een reactie van de staat was op het artikel.

Het protest tegen internetcensuur groeit. Er is steeds meer vraag naar een vrij internetgebruik. In 2004 stuurden een aantal journalisten van overheidskranten een brief naar de regering waarin ze een klacht indienden tegen de strenge censuur en de verstoring van hun werk door redacteuren die orders opvolgen van de staat.

Ook een groep bloggers en activisten schreven een open brief naar de president, waarin ze argumenteren dat de jeugd van vandaag gefrusteerd is omdat ze geen toegang krijgen tot hun favoriete websites en waarin ze zich beroepen op de universele verklaring van de rechten van de mens.

In mei 2010 was er een betoging gepland in de hoofstad Tunis tegen het blokkeren van internetsites, maar deze werd verhinderd door veiligheidstroepen van de overheid.

Tunesië is niet het enige land dat worstelt met internetcensuur. De top tien landen in de wereld die het internet censureren zijn Pakistan, Myanmar, Jemen, Noord-Korea, Syrië, Cuba, de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en China.

In Myanmar is er bijvoorbeeld geen vrij emailverkeer. De mensen kunnen daar alleen maar mailen via sites die door de staat gecontroleerd worden op sleutelwoorden en gevoelige inhoud.

In Noord-Korea wordt internet zelfs buiten de landsgrenzen gehouden! In principe is er geen internet in Noord-Korea. Geen servers. Geen serviceproviders. Niets. Slechts een kleine elite van de overheid heeft een internetaansluiting via een sattellietlink die verbonden is met Duitse servers. Een deel van de bevolking probeert deze blokkade te omzeilen met 3G mobiele telefoons en Chinese verbindingen.

In China spreekt men over ‘The Great Firewall of China’. Niet alleen een kleine groep bloggers is onderhevig aan de macht van China, zelfs het oppermachtige Google moest zwichten voor China. Google heeft een gecensureerde zoekmachine gecreëerd speciaal voor de Chinese gebruiker.

In een mondiale context is internetcensuur in Tunesië niet extreem, maar anders dan andere staten die filtersoftware gebruiken maskeert Tunesië bewust haar censuur door een standaard foutmelding te laten verschijnen in plaats van een webpagina die duidelijk verwijst naar censuur.